Circe, een stukje geschiedenis

Artikel

Geschreven door Jacob Slavenburg, een van onze docenten.

Een stukje geschiedenis[i]

Circe (ook wel gespeld als Kirké) is een machtige godin en tovenares uit de Griekse mythologie. Ze was de beeldschone dochter van de zonnegod Helios en de zeenimf  Perseïs. Ze leefde op het beboste eiland Aeaea (Aiaia), bewaakt door mannen die ze in wolven en leeuwen had veranderd. Het meest bekend geworden is ze door de beschrijving van Homerus (ca.750 v.Chr.) in de Odyssee. 

Nadat de Griekse held Odysseus al zijn schepen op één na verloren had, bereikt hij met zijn bemanning een bebost eiland, Aeaea, het domein van Circe. Odysseus en zijn plaatsvervanger, Eurylochus, verdelen de mannen in twee groepen en trekken lootjes. Eurylochus en zijn groep mannen gaan op pad om het eiland te verkennen. Ze bereiken Circes paleis diep in de bossen. Uit het paleis klinkt een prachtige, betoverende stem. De mannen antwoorden en Circe verschijnt in de deuropening en nodigt hen uit binnen te komen. Alleen Eurylochus blijft buiten, omdat hij een valkuil voorvoelt.

Circe laat de mannen aan haar tafel plaatsnemen en serveert hun een mengsel van kaas, gerst en honing, gemengd met Pramnische wijn. De mannen drinken gulzig, zich er niet van bewust dat ze een deel van haar speciale drugs aan het mengsel had toegevoegd. Toen ze hun drankje op hadden, sloeg Circe hen met haar toverstok, waardoor ze in varkens veranderden en in varkensstallen werden gedreven. Eurylochus ziet dat op een afstandje met afgrijzen aan en rent terug naar het schip om het aan Odysseus te vertellen. Odysseus bewapent zich en vraagt Eurylochus hem naar Circe te leiden, maar een doodsbange Eurylochus weigert.

Dan gaat Odysseus alleen op pad, maar wordt onderweg tegengehouden door Hermes, die hem hulp aanbiedt. Hij geeft Odysseus een magisch kruid, door de goden moly genoemd, dat hem zal beschermen. Uiteindelijk bereikt Odysseus het paleis van Circe:  

Bij Circe

Op mijn roepen opende de godin de deur en vroeg mij binnen te komen en met bezwaard hart ging ik met haar mee. Nadat zij mij op een prachtige zetel had doen plaatsnemen, gaf zij mij een gouden beker met een drank, waarin ze met boze bedoelingen toverkruiden had gedaan, maar mij kon ze niet betoveren. Nauwelijks had ik gedronken of ze sloeg mij met haar staf en zei: “Ga nu maar naar het hok en leg u neer bij uw vrienden.”

Ik evenwel trok mijn zwaard en sprong op haar af alsof ik haar wilde doden. Met een luide kreet van schrik sprong zij opzij, viel op haar knieën en jammerend sprak zij: “Wie zijt ge in vredesnaam en waar  komt ge vandaan? Ik begrijp er niets van dat mijn tovermiddelen op u geen uitwerking hebben. Dat is nog nooit voorgekomen, dat iemand bestand was tegen deze drank. Zijt gij soms de vindingrijke Odysseus, wiens komst mij zo dikwijls door Hermes is voorspeld? Steek dan uw zwaard in de schede en laten wij samen ons neerleggen op mijn legerstede en elkaar liefhebben en vertrouwen!”[2]

John William Waterhouse, Circe biedt de beker aan Odysseus aan, 1891.

Odysseus laat haar eerst een plechtige eed zweren hem geen kwaad te doen en zij stemt toe. Odysseus en zijn mannen (die allemaal door Circe weer in menselijke vorm worden veranderd, evenals de eerdere slachtoffers) blijven een jaar op het eiland bij Circe. Odysseus en Circe worden geliefden. Volgens diverse bronnen[3] baart Circe drie zonen, Agrius, Latinus en Telegonus. 

Een andere bron[4] spreekt over één zoon, Telegenus. Hij zou na de avonturen van zijn Odysseus naar Ithaka zijn afgereisd om zijn vader (Odysseus) te zoeken, die hij per ongeluk doodt. Hij trouwt daarop met Penelope, Odysseus’ weduwe. Odysseus’ zoon uit het huwelijk met Penelope, Telemachus, reist af naar Aeaea en trouwt daar met Circe.

Als Odysseus’ mannen onrustig worden dringen ze er bij Odysseus aan om Aeaea te verlaten en huiswaarts te keren. Odysseus stemt toe. Circe is bedroefd maar maakt alles klaar voor Odysseus terugtocht.  Ze weet door goddelijke ingeving dat het niet eenvoudig zal zijn voor Odysseus om zijn thuisland Ithaka te bereiken. Ze geeft hem goede raad. Zij vertelt hem dat hij eerst naar de onderwereld moet gaan om daar de blinde ziener Tiresias,  die hem zou vertellen hoe hij ongedeerd thuis kon komen, te ontmoeten.  Daarvoor moest hij afvaren naar een plek waar ingang van de onderwereld aan de rand van de Oceaan lag. 

Na negen dagen gevaren te hebben bereikten de schepen de toegang tot het dodenrijk. 

Eerst groef Odysseus een kuil, en hij liet daarin het bloed van een jonge ram en een zwarte ooi vloeien. Op slag verschenen uit de krochten der aarde grote horden piepende schimmen, begerig om van het bloed te drinken zodat ze krachten zouden opdoen en hun menselijke stem herkregen. Met veel moeite kon Odysseus ze met zijn zwaard op een afstand houden. Alleen Tiresias liet hij tot de bloedplas toe. De waarzegger vertelde hem over de terugreis, die onder meer langs het Zonne-eiland zou leiden. Daar bevonden zich de kudden koeien van de Zonnegod die door geen mens geslacht mochten worden. Gebeurde dat toch, dan konden ze de thuiskomst wel vergeten. Tiresias vertelde bovendien over de situatie in Odysseus’ paleis te Ithaca. Hierna vertoonde zich de schim van de moeder van Odysseus. Zij was tijdens de afwezigheid van haar zoon van verdriet gestorven, en met tranen in zijn ogen trof hij haar nu in deze naargeestige omgeving aan.[5]

Wat geen sterveling ooit gelukt was, Odysseus verlaat de onderwereld en vaart terug naar Circe. 

Sirenen, Scylla en Charybdis

Na proviandering slaat Odysseus met zijn mannen de weg naar huis in. Circe  waarschuwt Odysseus weer voor de vele gevaren onderweg en legt  hem uit hoe hij de Sirenen moet passeren en hoe hij tussen het monster Scylla en de draaikolk Charybdis door moet varen.

De makkers zetten zich op de roeibanken en sloegen met hun riemen in de grijze golven. Het duurde niet lang of ze naderden een eiland waar de dood op hen loerde. Daar bedreigden hen namelijk de Sirenen, vogels met een meisjeshoofd, die zo betoverend zongen dat elke zeeman vergat te laveren en op de klippen schipbreuk leed. Overal op het strand lagen de botten van ongelukkige drenkelingen te rotten. Geïnformeerd door Circe had Odysseus de oren van zijn makkers van tevoren volgestopt met bijenwas, en hij had zichzelf stevig aan de mast laten vastbinden, met het dringende verzoek hem onder geen enkele voorwaarde los te maken, ook al zou hij erom bidden en smeken. Het lied dat de Sirenen zongen, terwijl de Grieken hen passeerden, was niet alleen fraai om te horen, maar het lokte de zeelieden ook aan door de belofte dat ieder die bij hen kwam, in de toekomst zou kunnen kijken. Odysseus raakte volledig in hun ban en hij probeerde met geschreeuw en grimassen de aandacht van zijn makkers te trekken, in de hoop dat zij hem zouden losmaken. Maar tot zijn geluk sloegen de anderen geen acht op hem, en ze roeiden stug door totdat zij het eiland voorbijgevaren waren. Dit is zijn behoud geweest. Maar de gevaren onderweg waren nog lang niet ten einde. Ze moesten door een nauwe zeestraat heen met aan de ene kant Scylla, een vraatzuchtig monster met zes koppen en twaalf poten dat, keffend als een jonge hond, de zeelieden van hun schip plukte en verbrijzelde. Aan de overzijde stond Charybdis hen op te wachten. Dit gedrocht zoog driemaal daags de zee leeg en spoog het water weer uit. Ternauwernood wisten Odysseus en zijn manschappen aan deze levensgevaarlijke bedreigingen te ontkomen.[6]

Na nog een paar hindernissen komt Odysseus thuis op zijn eiland Ithaka.

Populariteit

Circe komt niet alleen voor in de Odyssee, maar ook in veel andere Griekse mythen, zoals haar rol in het verhaal over Jason en de Argonauten. Ovidius schrijft in het 14e boek van Metamorphosen verhalen over Glaucus en Scylla en koning Picus die door Circe in een specht veranderd wordt.

In de Oudheid  en Middeleeuwen wordt Circe meestal gezien als een gevaarlijke verleidster, een femme fatale. Haar magie is bedreigend omdat ze de orde verstoort: mannen verliezen hun redelijkheid en worden dieren. Ze staat symbool voor de gevaren van vrouwelijke macht.

In de Renaissance en Verlichting staat Circe vaak als beeld voor verleiding, zonde en sensualiteit. Kunstenaars schilderden haar vaak met dieren, een toverstaf en een zelfverzekerde blik.

In de moderne literatuur wordt Circe herontdekt als symbool van vrouwelijke autonomie, kennis en rebellie. In de roman Circe (2018) van Madeline Miller, krijgt ze een eigen stem: geen verleidster, maar een zelfstandige vrouw die leert zichzelf te zijn in een wereld van goden en mannen. Ze staat daar voor vrouwelijke transformatie, wijsheid en zelfbeschikking. Circe is uitgegroeid tot een feministisch symbool en een voorbeeld van een krachtige vrouw.[7]

Circe inspireerde vele kunstenaars, waaronder Annibale Carracci (1560-1609), Edward Burne-Jones (1833-1898) en John William Waterhouse (1849-1917). Er zijn ook meerdere opera’s over haar geschreven, van de 17e eeuw tot de moderne tijd. Bovendien is er in 1855 een asteroïde naar haar vernoemd. Ook enkele video’s zijn aan haar gewijd.

Psychologische verkenningen

De grote mytholoog Joseph Campbell, bewonderaar van Carl Gustav Jung, schrijft in zijn boek GoddessesMysteries of the Feminine Divine:

By the eight century B.C. in Greece we have The Odyssey – which Samuel Butler believed might have been written by a woman -where is it told how the nymph Circe of the Braided Locks, who could turn men into swine and back again, introduced the warrior Odysseus to the mysteries, not only of her own bed, but also of, first, the world of the dead, and then, the Iland of the Sun, her father. [8]

Circes karakter is complex; ze wordt vaak afgeschilderd als zowel een roofzuchtige figuur als een onbegrepen individu dat de gevolgen van haar krachtige gaven onder ogen moet zien. Verschillende mythen beschrijven haar interacties met andere helden en wezens, en onthullen haar rol in thema’s als liefde, jaloezie en wraak. In de bredere context van de oude Griekse cultuur was magie een integraal onderdeel van zowel het religieuze als het sociale leven, en figuren zoals Circe werden zowel vereerd om hun krachten als gevreesd vanwege hun potentieel om schade aan te richten. Deze dualiteit blijft moderne interpretaties van haar verhaal inspireren, waaronder de hervertelling door auteur Madeline Miller, die Circes verhaal vanuit haar eigen perspectief presenteert.

Circe beschikt over pharmaka (krachtige kruiden en tovermiddelen). Ze is een meesteres van illusie en transformatie. Haar magie wordt vaak in verband gebracht met vrouwelijke kennis van natuurkrachten, seksualiteit en onafhankelijkheid.

Varkens en Anima

Psychologisch gezien is dat een interessant verhaal, de omtovering van de ruwe zeelieden in varkens. De transformatie suggereert dat de mannen innerlijk al beestachtig waren: Door hun overgave aan zintuiglijke lusten (vreten en zuipen) tonen ze geen zelfbeheersing. Varkens staan ook voor het dierlijke in de mens: gulzigheid, overgave aan lust. Circe onthult hun ware driften, ze verandert hen niet zozeer — ze maakt zichtbaar wat al in hen zat. Het is de ontmaskering van de ‘schaduw’: het dierlijke in de mens.

Odysseus toont de schaduwkant van Circe. Maar het is ook Circe die de held confronteert met zijn eigen grenzen en driften. De godin brengt hem tot zelfkennis. Jungiaans gezien is zij als een archetypische anima-figuur: een vrouwelijk wezen dat het mannelijke ego uitdaagt om zichzelf te hervinden en te transformeren. 

Circe ontwikkelt zich van negatief anima-archetype (de verleidster/heks) tot een positieve anima-figuur (zielsvrouw/gids). Dit is de weg van de integratie van de anima: het mannelijke bewustzijn leert het innerlijk vrouwelijke niet langer te onderdrukken of te vrezen, maar te begrijpen en te verenigen. Circe wordt zo de bewust geworden vrouwelijke tegenpool — niet meer destructief, maar voedend, richtinggevend en helend.

Hermes

In het Odysseeverhaal ontmoet Odysseus, op weg naar Circe, Hermes. Hermes is in de mythologie de gids van zielen naar de onderwereld (psychopompos). In een psychologisch proces staat hij voor de innerlijke functie die helpt om het onbewuste te betreden zonder erin te verdwijnen. Hij helpt Odysseus om de confrontatie met Circe (het onbewuste, de anima, de verleiding) aan te gaan zonder zichzelf te verliezen. In die zin vertegenwoordigt Hermes het ‘veredeld bewustzijn’ of de hogere intuïtieve intelligentie van Odysseus. Het kruid (moly) dat Hermes aan Odysseus geeft staat dan voor het beschermende inzicht: zelfkennis, morele kracht, het middel tegen betovering. Het zijn de bouwstenen voor een hieros gamos, een heilig huwelijk tussen Odysseus en Circe.


[1] World History Encyclopedia; Robert Graves, Griekse Mythen II, p.469-471; De Grote Cotterell Mythologie Encyclopedie, p.34;  Homerus, Odyssee , 10.346-354.

[2] Homerus, Odyssee, naverteld door Onno Damsté, Het Spectrum, Utrecht/Antwerpen 1984, p.77.

[3] Hesiodes. Theogonie, 1011-1014.

[4] Telegoneia, toegeschreven aan Eugammon van Cyrene, 6e eeuw v.Chr.

[5] Hein van Dolen, Mythen uit het oude Griekenland, Prometheus Amsterdam 2015, p.117.

[6] Hein van Dolen, Mythen uit het oude Griekenland, Prometheus Amsterdam 2015, p.117-118. Zie ook C.Scott Littleton, Mythologie, Libero Kerkdriel 2003, p.230-232.

[7] Nederlandse vertaling: Circe door Miebeth van Horn, Uitgeverij Rainbow, 6e druk, 2025.

[8] Joseph Campbell, GoddessesMysteries of the Feminine Divine, New World Library, Novato 2013, p.XXV.